Voorbereiding
Opbouw van de vacaturetekst
Het functieprofiel is de basis van de vacaturetekst. U vindt
deze profielen in de Cao Apotheken 2008-2009. Bepaal voor u zelf aan
welke eisen uit het functieprofiel uw nieuwe werknemer minimaal
moet voldoen (kennis, competenties en ervaring). Het is van belang
uw apotheek te presenteren. Maak duidelijk waarom uw apotheek uniek
is, wat de cultuur in uw apotheek is. Maar ook waarom het voor de
nieuwe werknemer zo interessant is om juist bij u te komen
werken.
>> terug
Na de voorbereiding, stelt u de vacaturetekst op. Deze moet kort
en bondig zijn met korte zinnen en een onderwerp per alinea. Maak
de tekst actief en spreek de sollicitant aan met u of jij
(bijvoorbeeld "We bieden je een opleiding aan")
Een vacature kunt u als volgt opbouwen:
Overigens kunt u zonder vacaturetekst uw vacature aanmelden bij
Apotheekwerk. Uw vacature wordt dan gepresenteerd zonder uw unieke
onderbouwing die uw apotheek interessant maakt.
>> terug
Selectie van kandidaten kunt u in drie fasen doorlopen.
Tip: bespaar tijd door de sollicitatiebrieven
en cv's pas door te lezen, nadat de sluitingsdatum is
verlopen.
Eerste schifting
Tweede schifting
Eventuele derde schifting
Bij de eerste schifting gaat u kort door de sollicitatiebrieven
en cv's heen.
U kijkt of:
Bij de tweede schifting gaat u naar de cv' s kijken:
Als de eerste ranglijst meer kandidaten oplevert dan u wilt
uitnodigen, is een derde schifting gewenst.
Bij de derde schifting gaat u de brief doornemen.
U kijkt of in de brief te lezen is:
Op basis hiervan kunt u uw eerste ranglijst verkleinen.
>> terug
U kunt uw uitnodiging per post versturen of per mail. Daarin
vermeldt u in ieder geval:
Om een
gesprek goed voor te bereiden, hebt u het volgende nodig:
Gevraagde kennis en
competenties
Standaardvragen
Registratieformulier
Scoreformulier
In het functieprofiel staat welke kennis en competenties nodig
zijn voor deze functie. Definieer vervolgens deze kennis en
competenties. U kunt hierbij gebruik maken van de definiëring van
de competenties die de SBA voor u heeft gemaakt.
Ter bevordering van een goede voorbereiding van de kandidaat, kunt
u de competenties met bijbehorende definities van tevoren aan hem
of haar doorgeven. Dat vergroot de kans dat u sneller en beter
aansluitende antwoorden krijgt.
>> terug
Formuleer voor het eerste gesprek een aantal vragen waarmee u de
gevraagde kennis en competenties kunt achterhalen.
U kunt hierbij gebruik maken van de STARR-methode.
De STARR-methode is een manier om competentiegerichte vragen te stellen. In een competentiegericht interview wordt gevraagd naar situaties uit het (recente) verleden. Competentiegerichte vragen hebben tot doel voorbeelden te verzamelen van concreet gedrag van een kandidaat. Voordelen van deze methode:
De meest geschikte vragen bij de STARR-methode zijn open vragen. U vraagt naar:
Door de STARR-methode krijgt u niet alleen boven tafel waar de
gesprekspartner goed in is, maar ook waarop hij dat baseert. Zo
kunt u een goede inschatting maken van de persoon en zijn
kwaliteiten.
Het is van groot belang dat u alle vijf componenten van de STARR
invult. Alleen als de context bekend is, kan het gedrag van de
persoon in kwestie worden beoordeeld. Bespreek met name recente
situaties. Stel open vragen en maak aantekeningen. Schrijf alleen
op wat de ander zegt of doet en niet wat u ervan vindt. Een oordeel
velt u pas later.
>> terug
We adviseren u om tijdens het sollicitatiegesprek aantekeningen
bij te houden. Hierbij kunt u gebruik maken van een
registratieformulier.
Op dit formulier staan de vragen die u wilt stellen bij de door u
te bevragen onderdelen, zoals kennis en competenties.
Let op: bij het registreren vindt nog geen
beoordeling plaats!
>> terug
U kunt een formulier maken met alle door u te bevragen
onderdelen, met daarachter een mogelijkheid voor een score van
bijvoorbeeld 1 (onvoldoende) tot 5 (uitstekend).
In het geval van 1 beheerst de kandidaat de competentie onvoldoende
om de functie naar behoren te kunnen uitoefenen.
In het geval van 3 beheerst de kandidaat de competentie voldoende
om de functie naar behoren te kunnen uitoefenen.
In het geval van 5 beheerst de kandidaat de competentie meer dan
voldoende (uitstekend) om de functie naar behoren te kunnen
uitoefenen.
>> terug
De STARR-methode wordt
vaak gebruikt als interviewtechniek tijdens een
sollicitatiegesprek. STARR staat voor: Situatie, Taak, Actie,
Resultaat en Reflectie.
Het basisidee van de STARR-methode is dat gedrag uit het recente
verleden de beste voorspeller is van toekomstig gedrag. Het komt
erop neer dat u naar voorbeelden vraagt van feitelijk (werk)gedrag
dat te maken heeft met het functieprofiel. Daarmee probeert u te
achterhalen of de kandidaat de functie waarop hij of zij
solliciteert, goed zou kunnen vervullen.
Hieronder wordt de STARR-methode verder uitgelegd.
situatie
taak
actie
resultaat
de reflectie
open vragen
gesloten vragen
hypothetische vragen
suggestieve vragen
In welke situatie bevond de kandidaat zich toen deze de
gevraagde competentie vertoonde? Wat was de concrete situatie die
leidde tot de gebeurtenis waarnaar wordt gevraagd?
Voorbeeldvragen om de situatie te achterhalen:
Wat was de taak van de kandidaat? Wat werd er van hem of haar
verwacht? Wat stelde hij of zij zichzelf ten doel. Wat waren zijn
of haar verantwoordelijkheden?
Voorbeeldvragen om de taak te achterhalen:
Wat heeft de kandidaat ondernomen om zijn of haar doel te
bereiken? Of wat heeft hij of zij nagelaten te doen? Wat heeft hij
of zij gezegd? Wat was zijn of haar gedrag?
Voorbeeldvragen om de actie te achterhalen:
Wat was het effect van de ondernomen actie? Hoe liep het af? Is
het doel bereikt?
Voorbeeldvragen om het resultaat te achterhalen:
Hoe kijkt de kandidaat terug op de gebeurtenis? Wat zou de
kandidaat anders doen?
Voorbeeldvragen om de reflectie te achterhalen:
Als u er echt niet uitkomt met een kandidaat, kunt u hem een
gesloten vraag stellen. Bijvoorbeeld: "Vindt u dat u klantgericht
bent?". Vrijwel iedereen geeft hier bevestigend antwoord op. Dan
vraagt u: "Waaruit blijkt dat?". Nu moet de kandidaat wel gaan
werken.
>> terug
Open vragen zijn altijd vragen die beginnen met wat, hoe,
wanneer of waarom. Het belangrijkste kenmerk van open vragen is,
dat de vragen de gesprekspartner de ruimte geven om het antwoord
precies zo in te richten als hij zelf wil. Door open vragen te
stellen laat u de ander bepalen wat hij belangrijk vindt om te
vertellen over een bepaald onderwerp. Hierdoor voelt de ander zich
op zijn gemak en krijgt hij het gevoel dat zijn eigen inbreng
gewaardeerd wordt. Open vragen leveren veel informatie op en
daarmee ook belangrijke zaken die bij het stellen van alleen maar
gesloten vragen onbesproken zouden blijven. Open vragen zonder
onderwerp kunnen echter ook onduidelijkheid oproepen, doordat de
gesprekspartner dan niet weet waarover hij informatie moet
geven.
>> terug
Naast open vragen zijn er ook nog:
gesloten vragen
hypothetische vragen
suggestieve vragen
In het algemeen duwen gesloten vragen degene die moet antwoor¬den al in een bepaalde richting. Hiermee wordt het aantal antwoordmogelijkheden ingeperkt. Er zijn twee soorten gesloten vragen:
De gesloten vraag werkt vaak remmend op de vrijheid van spreken,
waardoor er minder informatie boven tafel komt. Er zijn echter
situaties waarin gesloten vragen wel nuttig zijn. Gerichte gesloten
vragen gebruikt u wanneer u specifieke informatie nodig hebt of een
aantal feiten wilt controleren. Gesloten vragen zijn ook effectief
in situaties waarin u de gesprekspartner wilt forceren om een keuze
te maken.
>> terug
Een veel gebruikte methode is het stellen van hypothetische
vragen. Deze vragen zijn te herkennen aan constructies als: 'Stel u
moet....' en 'Hoe zou u...?'. Hypothetische vragen blijken niet erg
effectief te zijn. Het antwoord erop is namelijk hypothetisch. De
kandidaat kan gemakkelijk een wenselijk antwoord formuleren,
terwijl er geen enkele aanwijzing is dat hij ook in werkelijkheid
zo zal reageren.
>> terug
Veel mensen hebben de neiging om tijdens een interview
suggestieve vragen te stellen. Deze vragen zijn te herkennen aan
formuleringen, zoals: 'Klopt het dat....?' of 'Ik veronderstel
dat...'. Ook deze vragen zijn niet effectief. Het wenselijk
antwoord wordt de kandidaat als het ware in de mond gelegd en de op
deze manier verkregen informatie is misleidend. Vooral omdat de
interviewer vaak niet onderkent dat hij de kandidaat naar het
'juiste' antwoord heeft geleid. Daarnaast zijn suggestieve vragen
vaak gesloten vragen en deze zijn minder geschikt voor een
selectie-interview. Ze leiden alleen tot 'ja' of 'nee', antwoorden
die weinig informatie opleveren.
>> terug
Het eerste sollicitatiegesprek heeft
een aantal onderwerpen:
opening
informatie over de apotheek en de
functie
vragen stellen aan de
kandidaat
vragen van de
kandidaat
afsluiting
Het doel van de opening is de kandidaat op zijn of haar gemak te stellen. Dit kan met informele vragen als:
Bij dit onderwerp van het sollicitatiegesprek geeft u informatie
over uw apotheek. Hoeveel mensen werken er, hoe werkt u met elkaar,
hoe lang bestaat de apotheek al?
Ook geeft u informatie over de functie.
>> terug
U stelt de vragen die u van tevoren hebt geformuleerd. De
antwoorden houdt u bij op het registratieformulier.
Hierbij is het belangrijk om de kandidaat zoveel mogelijk aan het
woord te laten.
>> terug
Geef de kandidaat de ruimte om zelf vragen aan u te
stellen.
>> terug
U gaat in op de verdere sollicitatieprocedure en geeft aan
wanneer de kandidaat iets van u kan verwachten.
Tot slot neemt u afscheid.
>> terug
Wanneer u alle sollicitatiegesprekken hebt gevoerd, kunt u gaan
beoordelen. Hiervoor maakt u gebruik van het scoreformulier zoals u
dat hebt opgesteld.
De belangrijkste vraag die hierbij beantwoord dient te worden is:
heeft de kandidaat functierelevant gedrag vertoond of niet?
Bij het beoordelen kijkt u op welk niveau de kennis of competentie
aanwezig is bij de kandidaat. Let bij het beoordelen op een aantal
mogelijke risico' s, zoals het
halo-effect of projectie.
Op basis van de scoreformulieren kunt u makkelijk een keuze maken
met welke kandidaten u een tweede gesprek wilt hebben.
Informeer zo snel mogelijk alle kandidaten over de uitkomst van de
eerste sollicitatieronde. Bedenk hierbij dat een zorgvuldig
geformuleerde afweging om een kandidaat af te wijzen, het imago van
uw organisatie ten goede komt.
Doelstellingen van het tweede sollicitatiegesprek kunnen zijn:
Na een aantal gesprekken, eventuele opdrachten en het natrekken
van referenties, kan een keuze worden gemaakt.
Zet alle gesprekken nog eens op een rij en vergelijk ze met elkaar.
Hiervoor kunnen de volgende vragen nagelopen worden:
Leg de antwoorden naast elkaar en kijk welke kandidaat het beste
scoort. De meest geschikte kandidaat nodigt u uit voor een
arbeidsvoorwaardengesprek.
Tijdens het
arbeidsvoorwaardengesprek komen minimaal drie onderwerpen aan
bod:
Uw
motivatie
Uw aanbod
Praktische
zaken
Hierbij legt u aan de kandidaat uit waarom u voor hem of haar
gekozen hebt en vraagt u om een reactie.
>> terug
U legt hierbij uw aanbod voor. Het soort contract (bepaalde of
onbepaalde tijd), de proeftijd, de arbeidstijden, de beloning en
eventueel persoonlijke arbeidsvoorwaarden. Geef de kandidaat altijd
enige bedenktijd om over het aanbod na te denken.
>>
terug
Hieronder vallen de datum van indiensttreding, de
werkgeversverklaring, banknummers enzovoort.
Hierbij kunt u gebruik maken van een standaard arbeidsovereenkomst die voor u is opgesteld
door de SBA.
>>
terug
Het is belangrijk dat
u zich bewust bent van het feit dat waarderen (beoordelen)
subjectief is. Er zijn verschillende valkuilen, ofwel
beoordelaarfouten die gemaakt kunnen worden. Het kennen van
beoordelaarfouten verkleint het risico dat u ze maakt.
De risico's zijn de volgende:
halo-effect
horn-effect
invloed van de functiezwaarte
negatieve informatie weegt
zwaarder
non-verbaal gedrag
projectie
middelen
Bij de beoordeling blijkt dat men gemakkelijk een positief
aspect laat uitstralen over een serie andere aspecten (halo =
stralenkrans). "Vriendelijk kijkende mensen zijn echter niet altijd
soepel in de omgang".
>> terug
Als een negatief aspect uitstraalt over andere aspecten spreken
we van het Horn-effect (Horn is de uitvinder). Bijvoorbeeld
"slechte communicatieve eigenschappen" komt terug bij samenwerken,
leiding geven, relaties onderhouden en ondernemerschap".
>> terug
Over het algemeen worden personen die een hogere functie hebben
ook beter beoordeeld. Via het eerder besproken halo-effect straalt
de gedachte 'iemand die zo'n functie heeft, moet wel goed zijn'
over andere te beoordelen competenties uit.
>> terug
Dit verschijnsel wordt veroorzaakt, doordat we eerst geneigd
zijn te zoeken naar risico's. Positieve dingen vallen daardoor snel
in het niet. Een goede methode om deze fout te vermijden is het
vragen naar voorbeelden die het tegenovergestelde bewijzen. Als u
bijvoorbeeld op grond van uitspraken van de beoordeelde denkt dat
hij niet flexibel inzetbaar is, vraag dan voorbeelden te noemen
waarmee hij of zij kan aantonen dit wel te zijn.
>> terug
Actieve, rechtop zittende mensen, die beweeglijk zijn en de
beoordelaar aankijken, blijken positiever beoordeeld te
worden.
>> terug
Als een kandidaat op één of meerdere aspecten overeenkomsten
vertoont met zaken die de beoordelaar ook zo doet, ervaart of heeft
meegemaakt, leidt dat tot overwaardering. Bijvoorbeeld "hij is
tenminste lekker direct in zijn communicatie".
>> terug
Beoordelaars hebben meestal de neiging om te middelen in plaats
van duidelijk hoog of lage scores te geven. "Het is niet heel goed
en niet heel slecht, overal is wat voor te zeggen". Durf keuzes te
maken en geef hoge of lage scores wanneer een kandidaat dat
verdient.
>> terug